Rory Stewart maakt een voettocht door de regio: deze keer Afghanistan, vlak na de val van de Taliban. De militair, politicus, schrijver, hoogleraar, diplomaat en vice-gouverneur in Irak (en later ook parlementslid en kandidaat-burgemeester van Londen en kandidaat-premier), voelt zich ongemakkelijk bij zijn gevoel een avontuur te beleven. ‘… my sense that I was on an adventure seemed self-indulgent in the context of the war. I found it difficult to write about the risk of being killed. I wrote ‘one’ in stead of ‘I’ as though I was shying away from myself.’
In een voettocht van duizenden kilometers ontbrak als schakel nog Afghanistan. Levensgevaarlijk, werd hem steeds gezegd, niet doen, maar Rory Stewart gaat door de Afghaanse winter, als een sumo worstelaar door een dikke sneeuwlaag en dicht langs paaltjes die mijnenvelden markeren. Overal zijn Kalashnikovs, nu gebruikt door Afghanen om de Amerikanen te steunen. Het Taliban regiem is net gevallen, ineens is alles anders en de hem opgedrongen beveiligers vertellen dat hij een Amerikaanse militair is. Is dat wel een goed idee? ‘It’s a great idea. Now they are frightened. I told them that your walking stick was a beacon for summoning helicopters.’
Zwerver tussen Warlords
Altijd vindt hij eten en onderdak, soms tussen vele anderen op de vloer van een primitieve moskee. Vaak is zijn gastheer een warlord, zoals Ismail Khan, die de oorlog in 1979 was begonnen met het doden van honderden Russische adviseurs en hun families en die, net zes weken tevoren, Herat had veroverd op de Taliban. Razendsnel heeft Khan zich de taal aangeleerd van ‘international terrorism, narcotics, organized crime and proliferation of weapons of mass destruction.’
Stewart volgt de reisbeschrijving van Babur, de zestiende eeuwse stichter van de Mughal dynastie die hem voorging, loopt zonder gedetailleerde kaart, om niet voor spion te worden versleten en plant de route aan de hand van overlevering en van aanwijzingen in termen van dagen gaans. Een enorme mastiff kiest hij als metgezel. Hij komt door spookdorpen waar de Taliban heeft gemoord. Omdat hij dood kan gaan schrijft hij zijn ouders. ‘I was more of a tramp than a mystic, but as I wrote I felt at peace. I wrote to my parents about the moments on the way which seemed to have a deep, unified relation to my past.’
Niet te vertalen woord van de profeet
Veel Afghanen weten nauwelijks of niet wat het World Trade Center was of waarom hun land is gebombardeerd. Buitenlandse journalisten hadden voorspeld dat de Afghanen de Amerikanen zouden haten maar Stewart ziet vooral dankbaarheid over de val van de Taliban. Niet dat de nieuwe machthebbers er in zijn ogen veel van snappen. Een jaar daarvoor waren ze nog in Kosovo of Oost-Timor; nu schrijven ze beleidsstukken over een centrale, democratische, multi-etnische, mensenrechten respecterende regering zonder kennis te hebben van de 90 procent van de bevolking die buiten woont, waar de hoofdstad geen realiteit is en stamhoofden de dienst uitmaken. Ze zien geen culturele verschillen, hun falen blijft onzichtbaar, niemand neemt verantwoordelijkheid en in de ontwikkelde wereld volstaat ‘a charming illusion of action.’
‘In fact their very uselessness benefits them. By avoiding any serious action or judgement they, unlike their colonial predecessors, are able to escape accusations of racism, exploitation and oppression.’ Premier Blair definieert, gevolgd door het merendeel van de Britse pers, de Islam aan de hand van de Koran zoals hij die begrijpt en zegt te lezen: als een eenduidig en vredelievend boek. Over ‘(t)he dense network of metaphor, poetry and allusions traditionally interpreted with reference to the saying/Hadiths of the Prophet and long traditions of legal and theological exegesis’ doen ter plekke alleen de meest geleerde mullahs uitspraken. Eigenlijk mag het woord van de profeet niet eens vertaald.
Afghaanse geschiedenis op de Europese markt
Ook dat is impact: de Amerikanen ‘had freed up the antique smuggling market.’ Een archeologisch monument van wereldbetekenis, The Turqoise Mountain in Gor, tot dan feitelijk beschermd door de Taliban, wordt gevonden, opgegraven, geplunderd en verwoest door honderden dorpsbewoners die menen dat archeologen niet weten wat graven is, met hun schepjes en borsteltjes. De brokstukken zijn op weg naar de Europese markt en de geschiedenis van Afghanistan gaat verloren voordat de internationale gemeenschap in actie komt. Rory Stewart moet toekijken maar hij heeft zelf in de bergen iets gevonden wat hij meent dat zijn gastheren al hadden. ‘I am tempted to say that I felt that the world had been given as a gift uniquely to me and also equally to each person alone. I had completed walking and could go home.’
Rory Stewart: The Places in Between, London 2004
Comments