(11) Eene aanmerkelijke luchtreis



Elke dag zorgen. Kipje Berthie is, met een vies kontje, alweer dagen ziek, waarvan ze steeds herstelt, maar het duurt nu wel lang. Niets zo triest als een ziek kipje, geen contrast zo groot met het vrije actieve leven hier waar miljoenen kippen niet van kunnen dromen. Prachthaan Barry vind ik in de ochtend, vroeg van zijn stok, op het omgekeerde wijnkistje, wakend aan het kippehokje dat Berthie maar niet verlaat. Ik loop heen en weer met gekookte rijst en water en geraspte appel, maar ze taalt er niet naar en haar kammetje zakt steeds schever en de oogjes draaien weg. En Poes meldt zich niet na de nacht, sinds het vroege voorjaar in het duistere buiten doorgebracht.


Volstrekt uniek


Tot het me, al in de middag, te gek wordt. Roepend en klappend ben ik de hoek van mijn keuken nog niet om of daar piept ze al, Poes, ze was vlakbij. Ze babbelt tegen me door het huis en geeft kopjes omhoog alsof ze het niet kan helpen dat het zolang duurde. Ze heeft de korte pootjes van haar moeder, de zwarte, schuwe zwerfkat met het korte staartje die altijd op ruime afstand bleef. Haar vond ik een paar maanden geleden langs de kant van de weg, inderhaast doodgereden. Voor het eerst zo dichtbij kon ik één keer haar vacht aaien en haar bedanken voor haar dochter Poes, door eega met enige zelfspot aangeduid als ‘volstrekt uniek’, maar er is weinig dat ze zo meent.


Van de vier kipjes van Barry leerden we hun voorkeuren, patronen en karakterverschillen. Ze waren met Barry direct bij aankomst het opgewekt kloppend hart van ons landgoed. Er resteren nog twee: Gerda en Berthie. Waakzaam begeleid door Barry zwerven ze over het terrein, pikkend, krabbend, scharrelend en soms diepe kuilen makend in het warme zand. Om elke hoek kunnen ze ineens verschijnen maar ze zijn ook zomaar uren zoek. Onbegrijpend turen ze door de ramen naar binnen. Zitten we buiten, ze poetsen hun veren of slapen onder onze stoel. Ze zijn er als de kippen bij als ik mijn keuken uit kom, reikhalzend, vol van een verwachting waar ik geen weerstand tegen heb. ’s Avonds scharrelen ze langzaam richting hok. We houden van onze kipjes maar het tweede deel van houden van, afscheid kunnen nemen, krijgen we niet onder de knie.


Tussen hoop en vrees


Pas op jezelf! zeg ik, het lot bezwerend, als Poes ’s avonds het huis verlaat: zie je morgen weer! Barry loopt verweesd rond, helemaal uit zijn rol zonder zijn posse waarvoor hij steeds lekkere hapjes zoekt: zelfs Gerda heeft zich nu wel heel vroeg in de avond bij Berthie gevoegd. De volgende ochtend waakt hij weer op het wijnkistje als een bezorgde vader aan een ziekbed: nu kruipt ook Gerda weg voor het licht. De kipjes zakken gezamenlijk weg in hun misère tot het me te gortig wordt: ik zet ze zachtkens uit hun hokje en ze beginnen zowaar wat te pikken. Het wordt weer een dag tussen hoop en vrees, waarin Berthie rondloopt als een geest en Gerda het hokje terugzoekt en er niet meer uitkomt. Berthie heeft daarvoor de kracht niet eens: uiteindelijk maakt ze in mijn handen zonder protest eene aanmerkelijke luchtreis terug naar haar hokje. Nieuwe dag, nieuwe zorgen. Een mens is kwetsbaar in zijn kipjes.

41 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven

(15) Onderdeel van een groter geheel

Dat prachthaan Barry de hele dag hapjes zoekt voor zijn kipjes en alle lekkers laat passeren tot zij hebben gegeten, is kennelijk voor een haan niet uniek maar zijn empathie en zijn vertrouwen, die zi

(14) Bedeesde Daisy wordt Speedy Gonzales

Kipje Gerda, inmiddels flink aangekomen Kipje Daisy was angstig en bedeesd, altijd al onderaan de pikorde en nog maar kort uit de legbatterij. Eten moet ze op anderen veroveren dus dat gaat, nog steed