Eenmalig pleintje in Aalborg


Als een verschijning doemt het oude Molenpleintje, Mølle Plads, voor me op, een oase na het warme, opgebroken stationsplein dat ik met een buitenlandse krant onder de arm schielijk verliet. Is het echt? Het geeft te denken dat het wel heel precies inspeelt op mijn wensen: hoge, stijl­volle Deense huizen rondom, goed ingepaste kleinschalige appartementen­gebouwen, bomen en groen natuurlijk, uitnodigende straatjes met vierkante keitjes wegbuigend naar verschil­len­de kanten, een weg, okee, maar met weinig verkeer dat het terras amper schampt en ja, dat terras, beter verzin ik niet. Beschaduwd, met grote, vierkante lichte parasollen, een stijlvolle, zwart uitgevoerde bar van een achterliggend restaurant, de naam beschaafd klein weergegeven op de luifel. Het personeel jong, vrouwelijk en Deens blond, ik vraag me af waarom ik er een jonge jongen bijkrijg, licht Azia­tisch met een sprekend gezicht die iedereen zijn mooiste glimlach geeft, zonder onderscheid ook mij, vrijwel de enige man aanwezig. Dit is mijn plek, zoveel is duidelijk, vragen waarom of hoezo kan het alleen maar bederven. Want wat als alles fantasie is? Hoe kwam ik hier eigenlijk, in Aalborg?


Deenser dan Deens

Hij schakelt soepel over op Engels als ik hem ‘a large Lager’ vraag, meer precies een Carlsberg van 0.4, maar dat is volgens hem, beleefd tegensprekend, niet groot, groot is 0.6. Op mijn toch 0.4 moet ik wachten, maar de hernieuwde glimlach als ik het glas bij ontvangst dankbaar kenmerk als ‘a not so large Lager’ maakt alles goed. De kleurenbijlage van Die Zeit (van ‘Der Zeit’, zou mijn levens­gezel me verbeteren, ‘von’ gaat met de derde naamval) geeft me voor het oog, anders dan de eigenlijke krant op ouderwets formaat, niet weg als niet Deens of misschien wel Duits; in willekeurig welk buitenland ga ik, oude reflex, nog steeds niet graag door voor onze ooster­buur, in de huidige politieke omstandigheden, waarin ieders nieren worden geproefd, nog weer wat minder. Ik voel me lang, slank en voor het oog een soort van blond, Deenser dan Deens maar zie geen man met vergelijkbare kenmerken.

Het windje is fris maar de bezoekers, in kleine gezelschappen van gemengde leeftijd, laten zich met hun witte wijn koesteren door de terrasverwarming, waar nodig geholpen door beschaafde dekens over de benen, vijftien graden in mei is hier lang niet gek. Onderling in rustig gesprek tonen ze met nonchalante vanzelfsprekendheid voor hun omgeving weinig belangstelling, alleen de tien of twaalf jongemannen die, opgelegd cliché zouden critici zeggen, in een ongeregelde groep langstrekken, ongeschoren, drie­kwart broeken, luidruchtig en met bier in de hand, veroorzaken een enkele neergetrokken mond­hoek: een mindere soort. De bebaarde man in een enorme zwarte Amerikaanse pickup, raampje open, krijgt niet de aandacht die hij ronkend vraagt. Zo werkt het niet, hier op mijn pleintje.


Favoriet


Ook aan het tafeltje naast me, blonde Deense vrouwen van uiteenlopende leeftijd. Zij eten onbekom­merd vlees in hun burger, maar misschien zouden ze dat ook van mijn Super Veggy Burger hebben gedacht als ze me een blik waardig hadden gegund. Ik ben naar de bar gewandeld, mijn werkelijk niet zo grote 0.4 glas is leeg, en krijg vanzelfsprekend en met een glimlach de Engels gestelde kaart overhan­digd. Ze laat het zich niet ontnemen zich persoonlijk voor de bestelling aan mijn tafeltje te melden en als ik er een bepaald glas rode wijn bij heb bedacht heeft ze een persoonlijk advies: haar favoriet. Maar natuurlijk, glimlach ik dankbaar.


Onverwacht realistisch komt een afgetrainde vrouw, haar naam Annette op haar sportshirt, mijn blikveld ingestiefeld, man en bijna volwassen zoon in dagelijkser kleding met bagage in haar kielzog. Later zal ik in de stad nog meer lopers zien, Ulryk, Michael, Stine, Jan, bij honderden zonder waar­schu­wing opdravend, als mieren die geen aankondiging of bevel behoeven. Zo ook het carnaval gisteravond: ineens zijn er gevulde tribunes, Zuidamerikaanse dansers, vlindersteltlopers met bonte kleuren en wijde vleugels, reptielen drie man hoog met lange halzen en happende bekken over het publiek heen, elke groep met zijn eigen, overlappende muziek. We wenden ons af en alles is foetsie. Later deze avond staan wel Fredrik en Brit te wachten op de bus.


Eenmalig weergaloos


Het wordt nog meer mijn avond als ik bij haar kom afrekenen en ongevraagd hoog opgeef van de wijn: haar favoriet, verzekert ze me nog eens, alsof ze daarmee mij aanduidt. Om het gesprek vast te houden memoreer ik nog het eten en het terras, wat een plek! Het weer mocht wat warmer, zijn we het eens, verbaal bouwend aan een gedeelde ervaring die niet meer overgaat. Keer ik me om, het pleintje is net zo verdwenen als de molen waarnaar het vernoemd is, latere pogingen het terug te vinden slagen niet en de gemaakte foto blijft vaag. Maar plaats en tijd en ik en zij en wat ik maar kan bedenken komen eenmalig weergaloos samen, voor even, meer wens ik niet bij elkaar.


(Aalborg, Denemarken 21 mei 2022)

62 weergaven

Recente blogposts

Alles weergeven

Onverwacht komt zoveel bij elkaar: toen en nu, veel toen eigenlijk. Het wordt een gesprek tussen mannen – maar aardige mannen.

Hoe kan je met jezelf leven? schreef mijn dochter me ooit. Maar dit was nog veel erger. Ik had dat oude beestje nooit mee moeten nemen.

Maar ze deed het niet, ja op de hotelkamer, even. Frankrijk, zomeravond, sjieke badplaats, het beloofde zoveel.