(4) Verdwenen


Antiquariaat H.W. Meijer in 2021 (foto: Falke Roorda)


Plaats en tijd: Utrecht jaren 1980, Utrecht 2021


De eigenaar volgde in de diepe stilte elke stap over krakende vloeren tussen de kasten met tweede­hands­boeken en hoorde me een boek pakken, doorbladeren en, tot mijn schande, terugzetten. Het lukte me niet een aannemelijke aankoop te vinden en ik verliet het antiquariaat onverrichterzake en voorgoed. Ik fietste er zonder verleiding nog geregeld langs, op weg naar de vlakbij gevestigde juridi­sche afdeling van de universiteit. De zaak is meer dan twintig jaar geleden gesloten, antiquariaat H.W. Meijer, sinds 1913 aan de Korte Jansstraat op nummer 2, maar niets is opgeruimd of afge­voerd[1]. Boekomslagen krullen in de etalage in de meedogenloze zon en van de meerkleurendruk resteert nog vooral blauw. Het is een ander verhaal, maar het smalle pand lijkt een monument voor alle verdwenen antiqua­riaten in de stad, het uitgedroogde lichaam nog boven de grond.


Het tijdelijke en het eeuwige


In het tweedehands boekenvak zat al lang de klad toen ik, me realiserend dat ik ooit het tijdelijke voor het eeuwige moet verwisselen, besloot alleen nog het meest noodzakelijke aan te kopen. Stoppen met boeken kopen is, net als afscheid nemen, een beetje doodgaan. Alles kocht ik om ooit te lezen of tenminste te gebruiken en de juistheid van elke licht verstofte aankoop werd bevestigd als een enkel boek na tientallen jaren ineens van pas kwam. Er was ook altijd de kwestie van de plank­ruimte, maar, zeg ik dan koket: waar laat ik mijn boeken, dat is het mooist denkbare probleem. Sommi­ge bijna vergeten boeken zijn weer onverwacht actueel door de toestand in de wereld.


In het verzamelen kwam vaart toen ik in Utrecht studeerde: ik maakte wekelijks een vast rondje antiquariaten. Verzamelaars kunnen arm en bezeten zijn dus het is bon ton tassen ongevraagd in het zicht van de tafel van de eigenaar achter te laten. De meeste kocht ik bij De Slegte aan de Oude­gracht, de hoogste etage bereikbaar via een wenteltrap waar opgaand en neerkomend verkeer op elkaar moest wachten. Tjerk de Boer van de Springweg hielp me persoonlijk, de groene, 24-delige prachteditie van de Britannica van 1929 naar mijn voordeur aan de Haverstraat hoek Oude­gracht te tillen[2], halverwege de zware stapels rustend op een stenen vensterbank. Ik gokte met die aankoop op een verhoopte bevordering in mijn functie aan de universiteit. Jaren later zei Tjerk: ik zou die Britannica nu niet meer verkopen. Hij had het geld nodig dat ik nog moest verdienen.


Jacht naar de bodem

Bij Eureka op de Nagtegaalstraat stopte ik op een vrijdagmiddag een welverdiende aankoop in mijn Samsonite werkkoffer, na drukke weken leeg op een half pakje brood na. De eigenaar sprak ironisch: nou weet ik wat al die belangrijke mensen in hun glanzende koffers hebben. Heette het in 1987 dat een twintigtal antiquariaten ‘een tocht naar het centrum van Nederland voor boekenliefhebbers zeer aantrekkelijk en lonend maakt’[3], die twintig zijn letterlijk gedecimeerd. De boeken van De Slegte hebben nog even gefigureerd als tweedehands afdeling in de kelder van Broese, maar ze zijn restloos verdwenen (zoals het ook ging in Den Bosch, boekhandel Adr. Heinen, en Eindhoven, Van Piere). Van Eureka rest nog, zegt een bordje in de Herenstraat, een uitgeverij; Aleph en Hinderickx & Winderickx (ooit ook aan de Herenstraat), de antiqua­ren die hun barre belevenissen met klanten boekstaafden, zijn de laat­ste twee in de hele stad Utrecht, beide aan de Oudegracht.


De branche is, behalve door ontlezing, digitalisering, verengelsing en een gebrek aan literair en his­torisch onderwijs, zwaar getroffen door internet: boekwinkeltjes.nl veroorzaakte in de prijs­vorming een doorgaande jacht naar de bodem[4]. Ook het bedrag waarvoor ik mijn boeken ooit verzekerde is welhaast gedecimeerd. Mijn enige echt kostbare boek kocht ik in een rommelwinkeltje in de Laanstraat in Baarn, voor twee gulden vijftig: de eerste druk van 1902 (in boekuitgave; vooraf zoals gebruikelijk gepubliceerd in een feuilleton) van The Hound of the Baskervilles[5]. Ik moet in de stad mijn best doen me te herinneren welke kledingwinkels ooit antiquariaat waren. Met schroom stap ik de laatst over­gebleven antiquariaten binnen. Zonder aankoop wil ik niet weggaan, desnoods geef ik die weg.


(Baarle-Nassau 22 augustus 2021)

[1] Over ‘het mysterie rondom antiquariaat Meyer’: https://denuk.nl/het-mysterie-rondom-boekwinkel-h-w-meijer-aan-de-korte-jansstraat-ontrafeld/ [2] The Encyclopaedia Britannica Fourteenth Edition. A New Survey of Universal Knowledge. London 1929 [3] De antiquariaten in Utrecht deel 1 en 2, door A.A. Boers, in: De boekenwereld jaargang 3, 1986 – 1987. https://www.dbnl.org/tekst/_boe022198601_01/_boe022198601_01_0038.php en: https://www.dbnl.org/tekst/_boe022198601_01/_boe022198601_01_0017.php?q=A.A.%20Boers#hl1 [4] In het Engelstalig gebied is dat Amazon, zoals beschreven door de Schotse antiquaar Shaun Bythell: The Diary of a Bookseller. London 2018. Zie ook Petra Hartlieb: Mijn geliefde boekhandel (Meine wundervolle Buchhandlung, vertaling Linda Jansen), Kampen 2017 [5] The Hound of the Baskervilles. Another Adventure of Sherlock Holmes by A. Conan Doyle. London 1902

22 keer bekeken

Recente blogposts

Alles weergeven

(3) Werkelijkheid

Plaats en tijd: Zaandam 1964, heelal 1972, Utrecht 2015, Cloud 2021 In Zaandam was het plantsoen voor onze splinternieuwe doorzonwoning niet te overzien groot. Mijn vader was voorzitter van de Ouderco

(2) Vindbaarheid

De Vallei augustus 2021: Het Goois Natuurreservaat heeft alle bosjes verwijderd (foto: auteur) Plaats en tijd: Westerheide begin jaren 1970 Waar ons bij een volgende bezetting schuil te houden? Als jo

(1) Plaats en tijd

in elke reflectie heeft het hier iets van daar, het nu iets van vroeger, het onjuist iets van waar Ivanka de Ruijter, Reflectie[1] Plaats en tijd: Zaandam en Haarlem, jaren 1960 De plaats kan ik preci